• 28 september 2017

Uitoefening optierecht na vertrek uit Nederland

Voor uit het buitenland afkomstige werknemers met bijzondere expertise kan op verzoek de 30%-regeling in de loonbelasting worden toegepast. Bij toepassing van deze regeling wordt 30% van de totale bruto beloning aangemerkt als een onbelaste vergoeding voor de extra kosten van huisvesting buiten het land van herkomst. De vraag in een procedure was of de 30%-regeling ook mocht worden toegepast op aan een werknemer toegekende aandelenoptierechten. De opties werden uitgeoefend nadat de werknemer uit Nederland was vertrokken.

De werknemer werd door een buitenlandse moedermaatschappij uitgezonden naar een Nederlandse dochtervennootschap. De opties waren door de moedermaatschappij voorwaardelijk verstrekt. Ieder jaar werd 25% percent van de toegekende opties onvoorwaardelijk. De eerste tranche werd onvoorwaardelijk in het jaar na toekenning. Gedurende de werkzame periode in Nederland werden enkele tranches van de opties onvoorwaardelijk. De opties werden uitgeoefend na vertrek uit Nederland.
Volgens de rechtbank was het bij uitoefening van de optierechten genoten voordeel aan te merken als opbrengst van arbeid in een in eerdere jaren in Nederland uitgeoefende dienstbetrekking. De 30%-regeling was op dat voordeel niet meer van toepassing omdat deze regeling was geƫindigd op de laatste dag van het loontijdvak na het einde van de periode waarin de werknemer in Nederland heeft gewerkt.

De Hoge Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank. Volgens de Hoge Raad is het niet van belang of wellicht een eerder genietingsmoment dan het moment van uitoefening van een aandelenoptierecht kan worden vastgesteld. De waarde van een optierecht wordt niet tot het loon gerekend. In plaats daarvan wordt de bij uitoefening van het optierecht genoten opbrengst als loon belast. De rechtbank heeft het heffingsmoment correct vastgesteld. De 30%-regeling is niet van toepassing. De opvatting van de werkmaatschappij dat deze regeling wel op het optievoordeel moet worden toegepast omdat de tewerkstelling van de werknemer bij het concern doorliep na afloop van de uitzendperiode naar Nederland, is niet juist. Bepalend voor de toepassing van de 30%-regeling is de tewerkstelling in Nederland.

Laatste nieuws

  • Berekening buitenlandbijdrage Zvw

    24 mei 2018

    EG-verordeningen inzake de sociale zekerheid bepalen dat in beginsel slechts één wetgeving van...

  • Verzuimboete

    24 mei 2018

    Om een verzuimboete op te leggen is voldoende dat sprake is van een verzuim. Schuld of...

  • Non-concurrentiebeding

    24 mei 2018

    Een non-concurrentiebeding wordt in de praktijk vaak concurrentiebeding genoemd. Feitelijk is dat...

  • Gebruikelijk loon

    17 mei 2018

    De gebruikelijk-loonregeling is van toepassing op werknemers, die een aanmerkelijk belang hebben...

  • Aanpak van belastingontwijking en -ontduiking

    17 mei 2018

    De vaste commissie voor Financiën van de Eerste Kamer heeft vragen gesteld aan de staatssecretaris...